Zuigeling/dreumes (0-2 jaar)

Een veel voorkomend probleem in deze leeftijdscategorie is de voorkeurshouding. Daarbij kan het zijn dat uw baby een afplatting van het achterhoofd krijgt, waardoor de voorkeurshouding nog hardnekkiger wordt, en moeilijker te beïnvloeden. Aan de hand van bepaalde testen kunnen we bekijken, waardoor de voorkeurshouding eventueel ontstaan zou kunnen zijn. Daarnaast kunnen we een inschatting maken van de motorische ontwikkelingsleeftijd van uw kind. 
Ook kan de mate van de afplatting gemeten worden met een plastic bandje, dat om het hoofd van uw kind wordt gelegd. Het bandje, in eerste instantie warm en soepel, koelt af, waardoor het hard wordt, en de vorm van de schedel van uw kind aanneemt. Met dit bandje is de mate van afplatting te bepalen. 
Als alles duidelijk in beeld is, kunnen we, mits op tijd gesignaleerd, door middel van houdings- en hanteringsadviezen de voorkeurshouding gaan beïnvloeden, en daarmee de eventuele afplatting. Ook kunnen we bepalen of er eventueel een helmpje nodig is. Mocht dit zo zijn, dan kunnen we u daar natuurlijk verder in adviseren.  
  
Het meet- of scheve-hoofdjes-spreekuur:
Elke vrijdag van 10.00 tot 11.00 uur is er een meet- of scheve-hoofdjes-spreekuur. Dit is bedoelt voor ouders die ongerust zijn, en snel zonder afspraak willen weten wat te doen. We maken een bandje, meten de afplatting en maken eventueel een afspraak om met houdings-en hanteringsadviezen de voorkeurshouding en/of afplatting te beïnvloeden. Graag wel bellen van te voren of er nog plek is.

Overige indicatie voor kinderfysiotherapie: 
Naast de voorkeurshouding zijn er ook andere problemen die de ontwikkeling van uw kind kunnen beïnvloeden. Mocht een van de kenmerken die in het onderstaande lijstje staan bij uw kind aan de orde zijn, en u maakt zich daar zorgen over, dan zou kinderfysiotherapie kunnen helpen:
- Uw kind heeft de neiging te overstrekken, of vaak in een “bochtje” te liggen.
- Uw baby voelt slapjes aan, waarbij hij/zij zijn/haar hoofd niet goed kan ophouden
- Uw kind moet veel huilen, of is erg onrustig. 
- Uw kind maakt een trage ontwikkeling door; het pakt laat speelgoed, rolt niet of rolt laat om, kruipt niet of gaat laat lopen. 
- Uw kind heeft een genetische aandoening, zoals bijvoorbeeld het syndroom van Down
- Uw kind heeft na de bevalling een slap armpje of handje (Erbse Parese).

content image